Hoe vinden we de juiste balans tussen mobiliteit en duurzaamheid? Aan wie kun je deze vraag beter voorleggen dan aan de groenste leasemaatschappij van Nederland: MisterGreen was op bezoek bij New Business Radio. Een gesprek in vier delen met ceo Mark Schreurs over de geschiedenis, maar vooral de toekomst van elektrisch rijden. Want met drie FD Gazelle-Awards op rij in de prijzenkast, ziet die er voor MisterGreen veelbelovend uit. Deel 1 gaat over het ontstaan van een visie, tegen de stroom in.

Even kort, ter introductie: wie is MisterGreen en wat doen jullie precies?

MisterGreen is een leasemaatschappij met alleen maar elektrische auto’s. We zijn 12,5 jaar geleden begonnen en inmiddels een van de snelst groeiende bedrijven in Nederland. Onze officiële missie is dat we ‘de transitie naar duurzame mobiliteit willen versnellen’. Maar ons motto op de werkvloer zegt misschien nog wel meer over onze ambitie: ‘We rusten niet voordat fossiele brandstof de wereld uit is’.

Het gaat dus goed met MisterGreen?

Zeker, en we hadden trouwens nog veel harder kunnen groeien met ‘gewone’ auto’s erbij. Een Tesla voor de ceo en de medewerkers leasen een benzinewagen. Komt veel voor, had prima gekund. Maar we hebben een missie en benzine draagt daar nou eenmaal niet aan bij. We hebben de laatste jaren
veel ‘nee’ moeten zeggen. Nu wagen steeds meer bedrijven de sprong naar elektrisch. Ze gaan met ons in zee, omdat ze dan ook niet meer terug kunnen. En de keus in auto’s neemt toe, dat helpt ook.

Jullie hebben 2030 als ijkpunt, toch?

De overheid heeft als doel: één miljoen elektrische auto’s in 2030. Daar willen wij aan bijdragen, en het is ook haalbaar. In het verleden ging het nog veel over waterstofauto’s en biobrandstof, maar wij zetten vol in op elektrisch rijden. Rolt het muntje straks toch richting waterstof, dan moeten we daar natuurlijk in mee. Maar voorlopig zien we voor de consument alleen maar voordelen in elektrisch rijden. Alleen al wat de prijs betreft: het is drie keer goedkoper dan de alternatieven.

Nou, goedkoop... Ik geloof niet dat de consument dat zo ervaart.

Die perceptie is verklaarbaar en heeft vooral te maken met de prijs van de batterijen. Die wás inderdaad hoog. Tesla kwam in 2008 op de markt met een Roadster van 130.000 euro. De associatie dat elektrisch rijden superduur is, is blijven hangen. Snap ik, maar er zit wel degelijk een gedachte achter. Als producent wil je namelijk dat een batterij zo’n 30% van de totale auto kost. Tien jaar terug lag de prijs van een 50 à 60 kWh-batterij rond de 50.000 euro; ongeveer duizend euro per kWh dus.

Zo’n dure batterij kun je natuurlijk niet in een auto stoppen en dan verder niets meer aan de prijs doen. Je verkoopt een auto, geen verpakte batterij. Musk moest dus een begeerlijk chassis ontwerpen, een model dat mensen graag willden hebben. Precies volgens zijn masterplan uit 2006, waarin hij ver
vooruitkeek: noodgedwongen duur beginnen en de techniek door blijven ontwikkelen. Inmiddels is de batterij-prijs zo’n 100 euro per kWh, tien keer lager dus. Er zijn nu auto’s van 30.000 euro te koop, en het kan zelfs nog goedkoper. Er komen autootjes van 20.000 euro aan, voor iedereen bereikbaar.

En dan is er geen verschil meer…

Sterker: dan begint het grote voordeel voor de consument. Stroom is niet alleen stukken goedkoper dan brandstof, elektrisch rijden vergt ook veel minder onderhoud. Zeg maar géén. Ok, remschrijven en banden, maar dan heb je het wel gehad. Er zitten bijna geen bewegende onderdelen in zo’n auto, die
daardoor ook veel langer mee gaat. Per kilometer betaal je echt drie keer minder dan bij een verbrandingsmotor.

Is zo’n auto dan ook echt groener? Daarover verschillen de meningen.

Logische vraag, overigens vaak gesteld door mensen die – om welke reden dan ook – geen belang bij elektrisch rijden hebben. Maar het antwoord is net zo logisch: stop je groene stroom in zo’n auto, dan rij je ook groener. Dat is een voorwaarde, klopt. Maar ik vertrouw erop dat die 130.000 Nederlanders
die nu elektrisch rijden, dat wel snappen en ergens een groene stroom-abonnement hebben. Bij Vandebron bijvoorbeeld, of waar dan ook.

En hoe zit het met opladen?

Toen we in 2008 begonnen, reed ik heel Nederland door in een klein Italiaans elektrisch autootje. Daar kwam je honderd kilometer ver mee, maar er waren geen snellaadpunten – echt nul. In de binnensteden had je trouwens ook geen gewone laadpunten. Dus als ik met mijn vriendin naar – noem ‘ns wat – Den Bosch ging, moesten we daar drie uur blijven en op straat staan hannesen met
een stroomkabel bij iemand door het raam. En dan heb ik het nog niet eens over de keren dat ik langs de kant stond en gesleept moest worden. Nee, het is echt een wonder dat we nog samen zijn.

Nu, tien jaar later, zijn er ongeveer duizend snellaadopunten in Nederland. Onder andere van Fastned, maar we hebben ook onze eigen MisterGreen-snellaadpunten. Chapeau voor Rijkswaterstaat trouwens, dat ze dat hebben geïnitieerd. Dat werkt geweldig: twintig minuten, halfuurtje uiterlijk, en je zit weer vol. En dan zijn er nog de gewone laadpunten, dat zijn er ondertussen ook al zo’n honderdduizend.

Even terug naar de basis: hoe is het MisterGreen-idee ooit ontstaan?

Florian Minderop, mijn compagnon, kende ik al van vroeger. Hij zat bij Fortis en ik bij ABN AMRO. Samen hadden dus wat ervaring in de bankwereld, maar we wilden vooral ondernemen. Ik kom zelf uit een ondernemersgezin en Florians roots liggen in de olie. Die dacht: dit nooit meer. We kwamen elkaar in 2008 tegen en bleken exact dezelfde visie te delen. Niet zomaar een ideetje, maar heel concreet en precies: té bizar. Zo waren we er allebei heilig van overtuigd dat de helft van alle auto’s die in 2025 wereldwijd van de band rollen, elektrisch is. De meeste mensen vonden dat een ver-van-mijn-bedshow, een onmogelijke termijn om zinnige voorspellingen over te doen. Wij niet.

Waardoor was je dan zo zeker van je zaak?

De kiem is gelegd toen ik een groot vastgoedproject in Atlanta deed. Een soort omsloten woonpark met 1.500 huizen. Zelfvoorzienend, want de stad was een dik uur rijden. Je had er dus een klassieke shoppingmall, bioscoop en zwembad. Maar ze hadden ook hun eigen verkeer geregeld, met als regel:
géén bezineauto’s op het park. Stel je zo’n typische suburb uit de fifties voor: huisje, gazonnetje, stoepje, straat. Maar in plaats van een dikke slee, stond bij iedereen een golfkarretje voor de deur.

Ik woonde destijds in de binnenstad van Amsterdam. Ik was nog geen uur terug uit de VS en hoorde door mijn raam alweer die scheurende scooters en vrachtwagens die ronkend de straat blokkeerden. Ik realiseerde me dat deze stad in feite ook een ‘gated community’ is, en dat al die benzineauto’s eruit
moesten. Ik dacht: wat nou als je aan de rand van de snelweg poorten maakt waar je je auto laat staan. Om vervolgens met een elektrisch ‘light vehicle’ de stad in te gaan. Ons logo is net veranderd, maar in het oude beeldmerk zag je dat idee nog terug: een rondje dat de ring om de stad voorstelde.

Had je veel medestanders, behalve je compagnon?

Nee, ik kreeg superveel tegengas. Echt verschrikkelijk. Kijk, leg je een Amerikaan uit wat je van plan bent, dan zegt ‘ie na drie zinnen: ‘Great, I wanna buy your stock.’ Ik voelde me dus de koning te rijk en vloog glunderend naar huis. Dat viel vies tegen. Hier keken ze me een tijdje fronsend aan en zeiden dan: ‘Ok, je wilt rijk worden, dat is je doel.’ Ik: ‘Nee, helemaal niet. Ik heb een droom, zie je dan niet wat ik bedoel?’ Nou, nee dus. Toen drong pas tot me door dat mijn droom van mij was, en niet van iedereen. Ik keek op mijn manier naar de wereld, en wat ik daar zag leek me allemaal vrij duidelijk: elektrisch is drie keer goedkoper en het stinkt niet, dus de wereld wordt elektrisch. Ik heb MisterGreen niet bedacht met geitenwollen sokken aan, maar gewoon door goed om me heen te kijken.

Lees hier deel 2 van het interview.

Liever het interview terugluisteren? dat kan hieronder: